Manuël Wienen #52

manuelHet eerste race jaar 2009 was een moeilijk maar leerzaam jaar voor Manuël Wienen. “Ik was veel te gretig en wilde iedere wedstrijd minimaal in de top vijf eindigen. De rondetijden waren prima maar door de crashes en domme pech werd mijn doelstelling bij lange na niet gehaald.”

Het seizoen 2010 verliep voor Manuël al veel beter.  Manuël vertelt: “Ik streed voortdurend voorin mee, mocht zelfs drie keer het podium beklimmen”. Hij eindigde dat jaar als vijfde in de hoogste klasse, het NK 50cc Expi.

Vanaf 2011 begon voor hem het echte werk op een Suzuki GSX-R600. “Vanaf de eerste wedstrijd vocht ik mee voor het podium en behaalde al snel mijn eerste overwinningen ”, vervolgt hij trots. Helaas ging het goed mis toen de jonge coureur halverwege het seizoen werd aangereden door een andere rijder en een gecompliceerde drievoudige beenbreuk opliep. Door het langzame herstel ondervond Manuël veel hinder bij het racen. “Toch ben ik dat jaar nog als vierde geëindigd in het kampioenschap”.  De verwachtingen voor 2012 waren hoog gespannen en de talentvolle rijder kwalificeerde zich voortdurend als één van de snelsten en behaalde zijn eerste pole position.

Toen na het seizoen 2012 het team stopte heeft Manuël geprobeerd elders onderdak te vinden, maar zonder resultaat. “Wel ben ik blijven trainen op het TT circuit van Assen en het Belgische Zolder. In het voorjaar van 2014 heb ik zelfs mee mogen doen met de vierdaagse Dunlop bandentest op het circuit van Albaceta en Aragon in Spanje.”

“Vanaf 2015 kreeg ik weer de kans om samen met Raceteam Oosterveen’s Olie volop te gaan racen in het NK Supercup 600 kampioenschap, maar omdat ik nooit helemaal blessure vrij ben geweest zijn de echte successen nog uitgebleven”. Inmiddels is Manuel volledig hersteld en volop aan het trainen om het komende seizoen super fit van start te gaan, want het moet nu echt gaan gebeuren.

Manuël is enorm gemotiveerd: “Ik kan niet wachten om weer op mijn motor te stappen want mijn lichaam is eindelijk volledig hersteld en daarom kijk ik er naar uit om mee te strijden voor de podiumplaatsen.”